Barry Sheene (11 september 1950 - 3 maart 2003) was een
Britse motorcoureur.
Als zoon van een GP-monteur kwam Sheene
al op jonge leeftijd in aanraking met de sport. In de vroege
jaren zeventig had hij succes in de lichtere klassen, waarin hij
streed tegen coureurs als Jan de Vries en Angel Nieto. Een paar
jaar later stapte Sheene over naar de zware klassen. In 1975
leek er een einde te komen aan zijn carrière na een zeer hevige
valpartij op het roemruchte Amerikaanse circuit van Daytona-Beach. Sheene maakte echter een wonderbaarlijke come-back. Nadat
hij in 1976 vijf Grand-Prix-overwinningen behaalde, mocht hij
zich wereldkampioen in de
Koningsklasse noemen. Ook in 1977 werd hij wereldkampioen.
De jaren daarna was de Amerikaan Kenny Roberts zijn voornaamste
rivaal.

De strijd werd niet alleen op de baan uitgevochten, maar ook
met woorden. Barry Sheene deed vaak stevige uitspraken in de
pers. Toch was hij, mede dankzij zijn flamboyante levensstijl,
zeer geliefd. Sheene trouwde met een topmodel en reed rond in
een Rolls-Royce met het kenteken BS7. Het startnummer 7 werd een
kenmerk dat de bijgelovige Sheene niet meer wilde afstaan, ook
niet toen de wereldtitel hem het recht gaf om nummer 1 te
voeren.
Na een overstap van Suzuki naar Yamaha leek het erop dat
Sheene in 1982 weer in de race was voor de wereldtitel. In de
training voor de GP van Engeland maakte een zeer zware crash een
einde aan die aspiraties. Ook Jack Middelburg, die door zijn
overwinning van deze Grand-Prix in 1981 gezien werd als een
kanshebber, raakte bij deze valpartij betrokken. Net als in 1975
werd gevreesd voor het leven van Sheene, maar (evenals
Middelburg) kwam hij er met veel wilskracht weer bovenop. Zijn
been werd met 27 schroeven vastgezet.
In zijn laatste actieve jaar als coureur, in 1984, moest
Sheene het doen met een privé-machine. Toch werd hij nog zesde
in de eindstand, net voor Wayne Gardner en Boet van Dulmen.
Eind jaren tachtig verhuisde Sheene met zijn gezin naar het
zonnige Australië, waar het klimaat gunstiger was voor de
artritis die hij door zijn valpartijen had opgelopen. Hij
gaf commentaar bij de wedstrijden voor de Australische televisie
en was al snel in Australië net zo bekend als in Engeland.
In 2002 kreeg Sheene kanker. In een interview verklaarde hij
met zijn kenmerkende cockney-accent dat de ziekte weliswaar een
'pain in the arse' was, maar dat hij vol goede moed was om ook
deze strijd te winnen. Het mocht niet zo zijn en een half jaar
later stierf de Britse volksheld op 52-jarige leeftijd.